Wat mij het meeste is bijgebleven van de Roparun is de enorme teamspirit. Welke rol je ook had binnen het team iedereen ging voor hetzelfde doel: met z'n allen Rotterdam halen.
En in tegenstelling tot het oefenweekend afgelopen januari zijn we deze keer geen enkele keer verkeerd gelopen/gereden.
Hoewel er ontzettend veel teams meedoen heb je, als je op de rustplaatsen bent, echt het idee dat je met een klein groepje onderweg bent.
De meest vreemde rust/slaapplek was de stationshal van een Frans dorpje. Toen ik daar eindelijk de zeer welkome slaap te pakken had werd ik door een onverstaanbaar omroepbericht (dat voor mijn gevoel 5 minuten duurde en daarna ook nog eens werd herhaald) ruw gewekt. Ik ben toen maar lekker, in het net opkomende ochtendzonnetje, op de parkeerplaats gaan luieren.
Dat ik niet zo'n fan ben van (wild)kamperen is tijdens de Roparun wel weer bevestigd. Een Dixie die na 1,5 dag een eigen leven gaat lijden (vooral de gassen in de Dixie) De lucht die ik blijkbaar zelf verspreidde na de Roparun (opmerking die ik kreeg na terugkomst: ‘je ruikt echt als een zwerver'.
Wakker worden van ieder vreemd geluid (als je al slaapt).
Al moet ik zeggen dat ik sinds de Roparun zo'n beetje alle kant-en-klaar maaltijden lekker vind, zelfs koud.
Dat laatste komt omdat ik op een van de rustplaatsen de bami wel zou opwarmen. Ik had niet door dat de wind de vlam van het gasstel had uitgeblazen. Na zo'n 5 minuten roeren en een aantal opmerkingen dat het toch niet echt warm was kwam ik er eindelijk achter. Ik ben dus nu officieel chefkok "koudvuur koken".
Het enige dat mij een beetje tegen is gevallen is de vermoeidheid achteraf. Alles bij elkaar duurde het echt 5 dagen voordat ik weer een beetje in mijn normale ritme zat. Je hebt een beetje hetzelfde gevoel alsof je 24 uur in een vliegtuig heb gezeten en alle tijdzones bent gepasseerd.
Maar het klopt wat ze zeggen: De Roparun is een avontuur voor het leven en ik had het voor geen goud willen missen.
Marc.







